Ze is ondernemer en ze had het druk, heel druk, té druk. Eigenlijk had ze ook geen tijd voor ons gesprek. Een deel van haar wist dat ze het nodig had, het andere [overgrote] deel vond dit duidelijk verspilling van haar kostbare tijd. Hoe maakte ze de beste beslissing? En was ze wel in staat om die te nemen? En wat als dit toch de verkeerde beslissing bleek te zijn? Er moest nu maar eens écht iets gebeuren, anders zou een tweede burn-out de keuze wel opnieuw voor haar maken.


In de hoofdrol
Ze had me vooraf over haar problemen verteld. “En wat als je nu eens gewoon ‘nee’ zegt?” vroeg ik. Even was ze stil . De blik in haar ogen leek zich even terug te trekken. Ze begon te praten: ‘Dat kan toch niet. Ik ben ondernemer en wil altijd snel en ook goed leveren aan mijn klanten. Daarnaast ben ik moeder, dochter, zus, werk ik ook in het bedrijf van m’n man, ben ik behulpzame buurtbewoner, leergierig, sport ik graag,  enzovoorts. En ja, al die rollen horen nu eenmaal bij mijn leven. Ik vind trouwens ook dat ik er voor de volle 100 procent moet zijn voor iedereen, ik moet hen natuurlijk wel helpen. Ik kan toch niet iemand teleurstellen?’ Terwijl de vraag Is ze nu figurant of hoofdrolspeler in haar eigen leven? door mijn hoofd speelde,  zei ik tegen haar: ‘Nee’ zeggen tegen de ander is ‘Ja’ zeggen tegen jezelf.’ Haar blik trok zich weer terug naar binnen.

 

Wiens aapje is het eigenlijk?
We zaten bij haar thuis aan een grote houten tafel, tegenover elkaar. Tussen ons in twee nog warme kopjes thee. Naast ons lag de tafel vol [zelf]hulpboeken. ‘Vraag jij je weleens af wiens verantwoordelijkheid het eigenlijk is? Wiens aapje* jij op je heb schouders zitten? Is het dat van jou? Of is het van de ander?’ Ze zat met haar armen over elkaar en wiegde met rechte rug tegen de leuning van de bank. Haar ogen keken naar de mijne, maar haar blik dwaalde met regelmaat weer terug naar binnen.

 

Zonder kleerscheuren
Ze kwam uit een stevig en goed verzorgd nest. Ze had eigenlijk niets te klagen. Ze had geen kleerscheuren overgehouden aan haar jeugd of grote drama’s moeten ondergaan. Nee, het was prima allemaal, zeker als ze naar anderen keek. ‘Kan het zijn dat je toch iets gemist hebt in je jeugd? Dat je eigenlijk niet weet hoe je je eigen gevoel moet volgen? Dat je diep van binnen je soms alleen en machteloos voelt?’ vroeg ik. Ze slikte en haar ogen maakten even een verwarde indruk. ‘Misschien dat ik er me niet van bewust ben. Bij mij was vroeger alles stabiel en goed geregeld. Mijn ouders zorgden goed voor me en regelden alles. Nee, anderen die hebben hulp nodig en ik help ze ook graag, maar ik ga de ander niet lastig vallen met mijn problemen. Die los ik zelf wel op. Heb ik trouwens altijd gedaan’, zei ze. Haar ogen vertelden mij een ander verhaal.

 

Dan komt de aap uit de mouw
Niets is wat het lijkt. Zo is de betonlaag waarop je bestaan is gebouwd soms vanzelfsprekend en zelfs onzichtbaar. Wat niet wil zeggen dat die niet bepalend is voor de rest van je ontwikkeling en handelen. Het werd me al snel duidelijk dat ze niet had geleerd om altijd vanuit haar eigen gevoel te handelen. Dat de keuze, hoe goed bedoeld ook, voor haar werd gemaakt. Als kind had ze immers te luisteren en te gehoorzamen. Tja, en als je je dan maar lang genoeg moet aanpassen, dan verdwijnen je eigengevoel en eigenwaarde vanzelf. Zonder dat je het ziet, kruipt er een aapje op je schouder. Het irritante diertje zat met regelmatig op haar schouder. Het keek mee en fluisterde zijn ongevraagde adviezen in haar oor. Geen wonder dat ze geen ‘nee’ kon zeggen of haar eigen keuze kon maken.

 

Een nieuwe basis
Er was veel stof tot nadenken. Ik stelde voor om in een vervolggesprek te kijken naar de mogelijkheden om de grip terug te nemen. Frisse ingrediënten en inzichten voor een nieuwe betonlaag, gebaseerd op haar eigen gevoel en dus een stevigere basis voor haar onderneming. Ik verliet haar tafel met de woorden: ‘Wiens stem is het eigenlijk die jou vanaf je schouder influistert?’

 

* Dit spreekwoordelijke aapje staat symbool voor de problemen of opdracht van een ander. Je voelt je ermee opgezadeld, moet ervoor zorgen dat het goed komt en omdat die ‘aap’ eigenlijk niet van jou is, heb je daar last van. Hij zit continu op je schouder en fluistert ook nog vaak zijn zogenaamd goedbedoelde adviezen in je oor.